Proceswijziging ten bate van waardevrije basis voor dialoog

26-11-2020

De planMER Mest maakt de relatieve geschiktheid van zoekgebieden voor mestbewerking inzichtelijk en biedt een solide, waardevrije basis voor een bestuurlijke en maatschappelijke dialoog. Die dialoog zal plaatsvinden nadat de ontwerp planMER Mest medio februari 2021 is opgeleverd.

De Brabantse gemeenten, waterschappen en de provincie Noord-Brabant willen afspraken maken over geschikte gebieden voor schone en veilige mestbewerking in Brabant. Om te zorgen voor een objectieve en transparante beoordeling van de gebieden op puur milieutechnische gronden wordt een milieueffectrapportage opgesteld, een planMER Zoekgebieden voor mestbewerking (afgekort: planMER Mest). Aanvankelijk zou een bestuurlijk en maatschappelijk debat over de zoekgebieden voor mestbewerking deel uitmaken van het opstellen van de milieueffectrapportage. Op 26 oktober 2020 hebben de leden van het Bestuurlijk Overleg Transitie Landbouw (BOTL) besloten om dat debat plaats te laten vinden nadat de milieueffectrapportage is opgeleverd.
De planMER Mest maakt de relatieve geschiktheid van zoekgebieden voor mestbewerking inzichtelijk en biedt een solide, waardevrije basis voor de bestuurlijke en maatschappelijke dialoog. Het proces bestaat daarmee uit 2 fasen.

Fase  1

De eerste fase bestaat uit een milieutechnisch onderzoek. Dat kan naar verwachting medio februari 2021 door het college van Gedeputeerde Staten worden vastgesteld en gepubliceerd. Dit nog lopende onderzoek richt zich op zoekgebieden, niet op concrete locaties. Het gaat daarbij om zoekgebieden die in meer of mindere mate geschikt zijn voor het vestigen van mestbewerkingsinstallaties.

Fase 2

De tweede fase begint na publicatie van het ontwerp planMER. Dat ligt gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage. In die periode begint het bestuurlijke en maatschappelijke debat over de mogelijke zoekgebieden voor mestbewerking. Tegelijkertijd wordt het ontwerp planMER aan de Commissie m.e.r., BrabantAdvies en aan het RIVM/GGD voorgelegd. Eenieder kan gedurende de inzageperiode zienswijzen indienen.
Het milieutechnisch onderzoek, de zienswijzen en de ingewonnen adviezen leiden tot een definitief planMER, dat door het college van Gedeputeerde Staten in juli 2021 zal worden vastgesteld. De uitkomst van het bestuurlijke en maatschappelijke debat wordt vastgelegd in een apart document, dat aan de regionale bestuurders zal worden aangeboden.

 

 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen