Sneller verduurzamen veehouderij

14-03-2023

De Taskforce Toekomstbestendige Stallen brengt kennis, netwerken, financiën, praktijkvoorbeelden en technologische oplossingen samen voor de toekomstbestendigheid van de veehouderij. Wij helpen veehouders en leveranciers met het ontwikkelen van innovatieve stalsystemen en de uitdagingen bij implementatie. Een innovatie kan alleen succesvol bijdragen aan een transitie als de innovatie maatschappelijk ingebed raakt. Daar komen technische, economische, juridische en maatschappelijke aspecten bij kijken (zie figuur 1). De implementatie van innovatie voor een duurzamere voedselketen vraagt samenwerking op al deze fronten. Zo verbinden we ontwikkelaars van stalsystemen, technologie, deskundigen en onderzoeksorganisaties om te komen tot integrale oplossingen.

Uitdagingen

De veehouderijsector staat voor allerlei uitdagingen. Het verlagen van schadelijke emissies zoals stikstof, CO2, methaan en geur is er hier maar één van. De Taskforce is ervan overtuigd dat slimme technologieën helpen om de stallen op een duurzame wijze toekomstbestendig te maken. Dat is in het belang van het dier, de boer, de leefomgeving en de economie. Diverse bedrijven hebben slimme oplossingen voor een deel van deze problematiek, maar er is een sterke behoefte aan integraliteit.

In Brabant zijn deze uitdagingen extra urgent. Vanaf 1 juli 2024 moeten stallen die ouder zijn dan 15 jaar (rundvee 20 jaar), voldoen aan de reductie-eis van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (OV). De nieuwe wet- en regelgeving betekent voor veehouders dat ze moeten investeren in emissie reducerende technieken. Wilt u als veehouder weten wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn? Kijk dan eens onder ‘Ik moet mijn stal (ver)bouwen’.

Nieuws

Zes provincies (Drenthe, Overijssel, Utrecht, Limburg, Noord-Brabant en Gelderland) en vijf veehouderijsectoren willen samen nieuwe innovatieve maatregelen en technologie ontwikkelen om de verduurzaming van de veehouderij te versnellen en daarmee een flinke stap vooruit maken in het stikstof- en klimaatvraagstuk.

Provincies en sectoren starten met 50 pilots om snel inzichtelijk te maken welke maatregelen substantieel bijdragen aan het verminderen van uitstoot. De pilots leveren kennis en ervaring op die een plek kunnen krijgen in nieuwe wet- en regelgeving.

Om dit mogelijk te maken vragen de provincies €27 miljoen van het Rijk. Op de korte termijn is 8,5 miljoen nodig om zo snel mogelijk en in ieder geval dit jaar al te kunnen beginnen met de 50 pilots. In totaal is zo’n €58 miljoen nodig. Provincies dragen zelf ook bij, net als de sectoren.

Toezegging

Minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en minister Van der Wal voor Natuur en Stikstof zijn positief over de plannen. Minister Adema constateert dat het initiatief goed aansluit bij zijn beleid. De bewindspersonen gaven aan te willen verkennen of en hoe het Rijk een bijdrage kan leveren aan de pilots. Het voorstel van de provincies en de 5 sectoren kan een waardevolle bijdrage leveren aan het Landbouwakkoord, aldus minister Adema van LNV. Alle partijen (Rijk, provincies en veehouderijsectoren) zien dat innovatie, naast bijvoorbeeld extensivering, onmisbaar is om te verduurzamen en de uitstoot terug te dringen. Juist ook om perspectief te geven aan de bedrijven die doorgaan.

Innovatie belangrijk

Brabants gedeputeerde Landbouw en Voedsel Elies Lemkes-Straver: “In het voorstel van de zandprovincies zitten thema’s die voor Brabant erg belangrijk zijn: real time monitoring, stalinnovaties en mest(verwaarding). We zijn dan ook erg blij dat het ministerie positief is over deze aanpak, dat voor hen vooruitloopt op het innovatienetwerk dat zij aan het opzetten zijn. De kans die we nu krijgen om hiermee de verduurzaming te versnellen is fantastisch. Wij zijn altijd blijven geloven in innovatie, we zien nu ook de positieve voorbeelden die dat bewijzen, zoals het stalsysteem van Lely dat nu een RAV-goedkeuring heeft. Daarnaast kunnen we ditzelfde nu onderzoeken voor voer- en managementmaatregelen met real time monitoring. Een belangrijke stap naar het weer snel mogelijk maken van vergunningverlening.”

Haalbare en betaalbare maatregelen

Het ontbreekt in de veehouderij op dit moment echter aan voldoende haalbare en betaalbare maatregelen die gegarandeerd bijdragen aan het versnellen van verduurzaming en verminderen van uitstoot van methaan, fijnstof en geur. Om veehouderijen te helpen om te verduurzamen zijn dit juist belangrijke randvoorwaarden. Hierover verscheen in juli 2022 een advies aan de minister van LNV, dat in oktober met de Tweede Kamer is gedeeld ‘Versnellen van innovatie voor een toekomstbestendig agrarisch Nederland’.

Pilots

Met de 50 pilots die in 2023 van start gaan, willen de provincies samen met de veehouderij inzetten op innovaties die:
• Per veehouderijsector zullen leiden tot haalbare, betaalbare, maatschappelijk geaccepteerde en geborgde emissiereducties;
• De basis leggen voor een nieuw stelsel – ook voor vergunningverlening en handhaving;
• Straks alle maatregelen die emissie reduceren via sensoren kunnen monitoren;
• Het verwerken van mest tot organische meststoffen die in de land- en tuinbouw op maat kunnen worden ingezet ter vervanging van kunstmest;

Voor de melkveehouderij kan dit onder andere leiden tot nieuwe verdienmodellen voor mestverwerking in combinatie met energieopwekking.

Zandgronden

In de zes samenwerkende provincies is het vraagstuk rond mest extra groot. Gelderland, Brabant, Limburg, Overijssel, Drenthe en Utrecht zijn de zogeheten zandprovincies, die deels of geheel op de hoge zandgronden liggen. In deze provincies zijn de veehouderijsectoren sterk vertegenwoordigd en zijn er natuurgebieden waar de depositie van stikstof sterk moet verminderen. Bovendien spoelen mineralen op de zandgronden gemakkelijker uit de bodem. Om perspectief te houden voor de landbouw zijn hiervoor snel duurzame oplossingen nodig. Vandaar dat de zandprovincies ook het zelf het initiatief hebben genomen, samen met de veehouderijsectoren, om de innovaties te versnellen, vooruitlopend op middelen en instrumenten die het Rijk in de komende jaren gaat inzetten. Er kan niet langer gewacht worden met innovatieprogramma’s en concrete pilots bij boeren.

Ambitie provincie

Deze ontwikkeling draagt bij aan de ambities van de provincie voor de landbouw- en voedselketen van morgen, zoals beschreven in het beleidskader Landbouw en Voedsel 2030. Daarbij stelt de provincie zich onder andere ten doel dat de Brabantse landbouw- en voedselproductie in 2030 de meest duurzame in Europa is. Met het verduurzamen van de veehouderij wil de provincie er samen met partners voor zorgen dat de Brabantse landbouw– en voedselketen een positieve bijdrage levert aan de Europese klimaatdoelstellingen en aan een gezonde leefomgeving.

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.