Onderzoek naar gebruik bermmaaisel voor vitale bodem

13-04-2021
1268 keer bekeken

Is maaisel van lokale bermen en sloten geschikt als bodemverbeteraar? Dat onderzoekt promovendus Maartje van der Sloot de komende jaren aan Wageningen University & Research.

De resultaten na het eerste jaar zijn hoopvol: door toevoeging van maaisel op de proefvelden zou de helft minder kunstmest nodig kunnen zijn voor dezelfde hoeveelheid gewasopbrengst.

Voordelen vitale bodem

Voor agrarisch ondernemers is een vitale bodem belangrijk voor het telen van gezonde gewassen. Maar het heeft ook andere voordelen: een bodem met veel bodemleven en een hoog organisch stofgehalte houdt makkelijker water en voedingsstoffen vast. Het lijkt erop dat het gebruik van een lokaal materiaal als bermmaaisel kan helpen om landbouwgrond te verbeteren. Promovendus Maartje van der Sloot hoopt dat het gebruik van maaisel zorgt voor een meer gesloten kringloop van voedingsstoffen en vermindering van de behoefte aan kunstmest.

Door klimaatverandering hebben we vaker te maken met extreme droogte en hevige regenval. Een vitale bodem heeft het vermogen om water vast te houden. Agrariërs, provincies, gemeentes en waterschappen zijn daarom gebaat bij een gezonde bodem voor bijvoorbeeld het bufferen van regenwater. Bovendien kunnen ze op deze manier het bermmaaisel hergebruiken in het gebied. De provincies Noord-Brabant en Gelderland, de gemeentes Sint Anthonis en Gilze en Rijen en de waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben gezamenlijk opdracht gegeven voor onderzoek naar bermmaaisel als bodemverbeteraar.

Organisch stofgehalte als graadmeter voor vitale bodem

Gemeentes en waterschappen creëren diverse, bloemrijke bermen voor meer biodiversiteit. Een deel van het maaisel dat bij het onderhoud vrijkomt, wordt af gevoerd. Tientallen tonnen maaisel worden normaal gesproken gecomposteerd of verbrand in biomassacentrales. Van der Sloot ziet veel kansen voor een kortere kringloop en een gezondere bodem als het maaisel lokaal wordt gebruikt op het land. “Een belangrijke graadmeter voor een vitale bodem is het organisch stofgehalte. Er is nog niet genoeg kwalitatief onderzoek gedaan naar het gebruik van bermmaaisel. Mijn hoop en verwachting is dat we de komende jaren zien dat het organisch stofgehalte op de proefvelden gaat stijgen. Daardoor kan de bodem meer stikstof en water opnemen en vasthouden”.

Wat houdt het onderzoek in?

In het veldonderzoek kijkt Van der Sloot naar het gebruik van vier verschillende vormen van bermmaaisel: soortenarm en soortenrijk vers maaisel, compost en bokashi (gefermenteerd maaisel). Op de controlevelden wordt 100% kunstmest gebruikt en op de maaiselvakken 50% kunstmest in combinatie met vers maaisel, compost of bokashi. De gewassen op de proefvelden zijn tarwe en mais. De eerste resultaten laten zien dat met de helft minder kunstmest en het gebruik van maaisel, toch evenveel gewasopbrengst kan worden gerealiseerd. “Als we dit beeld blijven zien in de komende jaren van het onderzoek, is dat voor gemeentes, waterschappen en agrariërs heel nuttig,” stelt Van der Sloot.

Verhouding koolstof-stikstof belangrijk voor bodemleven

Naast het veldonderzoek doet de promovendus een potexperiment, waarbij ze het effect van de verhouding koolstof en stikstof in het maaisel op de bodem onderzoekt. “Die verhouding kan de drijvende factor zijn voor het bodemproces en het bodemleven,” volgens Van der Sloot. Bij gebruik van kunstmest en drijfmest is er veel stikstof in de bodem aanwezig. Het bodemleven krijgt dan niet genoeg koolstof en daardoor daalt het organisch stofgehalte. Dat is volgens Van der Sloot vooral te merken op zandige bodems in Brabant. “Maaisel gaat onze reguliere bemesting waarschijnlijk niet vervangen, maar het kan een toevoeging zijn om de bodem te verbeteren. In een koolstofrijke bodem worden voedingsstoffen beter vastgehouden, zodat je minder hoeft te bemesten”.

Uitdagingen bij het gebruik van maaisel uit bermen

Zwerfafval en onkruid vormen uitdagingen bij het gebruik van maaisel uit bermen. Van der Sloot heeft als onderdeel van het onderzoek het zwerfvuil zelf opgeruimd en gewogen. “Het grootste deel van het afval bestaat uit blikjes Red Bull,” vertelt ze. “Blik is scherp en gevaarlijk voor koeien, dus boeren zijn er niet blij mee als dat tussen het maaisel zit”. Daarnaast kunnen onkruid en invasieve exoten als Japanse Duizendknoop voor problemen zorgen. Van der Sloot pleit ervoor om te laten onderzoeken hoeveel onkruidzaden er nog ontkiemen na gebruik in de bodem. “Als je goed composteert, wordt het materiaal heel warm. Dat zou de meeste zaden moeten doden. In het fermentatieproces met Bokashi haal je de zuurstof eruit, dat kan ook helpen. Voor boeren is het belangrijk om dit te weten, dus daar gaan we volgend jaar misschien een proef mee doen ”.

Komend jaar eerste onderzoeksresultaten

De opbouw van organische stof in de bodem is een proces van jaren. Het onderzoek naar bermmaaisel als bodemverbeteraar duurt vier jaar, waarbij eens per jaar dertig ton maaisel per hectare op de proefvelden wordt verwerkt. Van der Sloot verwacht aan het einde van 2021 de eerste officiële onderzoeksresultaten van het eerste jaar te presenteren.

Meer informatie: Minke Siemensma: msiemensma@brabant.nl 

Maartje van der Sloot promoveert op dit onderwerp bij de leerstoelgroep Plantecologie en Natuurbeheer aan Wageningen University & Research. Haar promotor is prof.dr.ir. David Kleijn. Partners van het onderzoek zijn provincie Noord-Brabant, Provincie Gelderland, gemeente Sint Anthonis, gemeente Gilze en Rijen, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel en Waterschap Brabantse Delta.

Tekst: Marjolein Bezemer (Inkt & Aarde) in opdracht van provincie Noord-Brabant

Foto’s: Maartje van der Sloot

 

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Cookie-instellingen